
Autochtone bomen en struiken
Visie van de conservator beheer (15/02/2001)
Wat is autochtoon?
Autochtoon betekent: oorspronkelijk in een bepaald gebied thuishorend.
Het is dus niet helemaal hetzelfde als inheems: in een bepaald gebied thuishorend.
Ha! Wat betekent dan 'oorspronkelijk'?
De oorsprong gaat terug tot de herkolonisatie van onze gebieden door planten na de laatste ijstijd (Würm), zo'n 10.500 jaar geleden. Deze periode komt overeen met de late Steentijd (Paleolithicum) en mensen, die leefden in die periode, hebben deze plantenkolonisatie met enige vertraging gevolgd (zeg 10.000 jaar geleden), omdat het leven in de na-ijstijdse periode hier natuurlijk geen grapje was, tenzij je eskimobloed in je aderen hebt. Het probleem hierbij is dat niemand er ons iets van kan navertellen, behalve sommige archaeologen gespecialiseerd in het laat Paleolithicum.
Daarom houden we ons aan de definitie dat autochtone bomen en struiken zich hier sinds de laatste ijstijd hebben voortgeplant op natuurlijke wijze of met de hulp van de mens met gebruik van strict lokaal oorspronkelijk (en dus autochtoon) plantmateriaal.
Wat is de zin van het opnieuw gebruiken van autochtoon plantmateriaal?
In de loop van de twintigste eeuw zien we een sterke toename in het kweken van bomen en struiken en dit vooral sinds de laatste wereldoorlog. Het gebruikte plantmateriaal is echter voornamelijk afkomstig uit lage-loon-landen. Zo kun je een inheemse soort kopen, die echter als variëteit oorspronkelijk thuishoort in bvb Oost Europa.
Aldus zijn de hier recent aangeplante beuken en eiken sterk onderhevig aan schimmelziekten in ons maritieme klimaat, alhoewel ze, in hun land van oorsprong, daar minder onder te lijden hadden (continentaal klimaat).
De inheemse zomereik biedt hier bij ons een biotoop voor ongeveer 300 soorten insecten, de ingevoerde Noord-Amerikaanse eik slechts voor een 15-tal. Als je beseft dat veel vogels leven van deze insecten en roofdieren dan weer o.a. van deze vogels, dan zie je de verarming van de natuur met je ogen dicht.
Is er nog wel autochtoon materiaal te vinden in het gebied van het Bos t'Ename?
Ja, gelukkig wel, maar!
Oude houtkanten, houtwallen, boerengeriefbosjes en oude bossen zijn door de schaalvergroting van de landbouw, de explosieve uitbreiding van de woonzones en het wegennet zeer sterk teruggedrongen. Meer dan de helft van het autochtoon materiaal is zeldzaam tot zeer zeldzaam geworden en dus met uitsterven bedreigd.
In de jaren 1990 -2000 is men zich stilaan bewust geworden van de noodzaak om te redden wat er te redden valt!
In tal van gebieden in Vlaanderen is, mede onder impuls van het IBW en de Afdeling Bos en Groen van AMINAL, de inventarisatie gestart van autochtone bomen en struiken en zijn we nu reeds aan ons derde oogstjaar toe.
Wie oogst, wat en waar?
In de meeste regio's wordt de oogst verzorgd door plaatselijke kwekerijen, het Regionaal Landschap of arbeiders van Bos en Groen. In het gebied van het Bos t'Ename rust deze taak in handen van de Werkgroep, maar hebben we gelukkig in de belangrijkste oogstperiode de hulp van studenten.
De oogst begint al in juni met o.a. wilde kers en eindigt eind october met o.a. veldesdoorn. Er wordt geoogst op een veertigtal lokaties in het gebied, die reeds geïnventariseerd zijn.