Auteur van de maand

Vorige auteurs van de maand

A.H.M. Scholtz

 
‘ De Afrikaans literatuur brengt een uniek inzicht in de menselijke topografie van het huidige Zuid-Afrika. Vooral belangrijk is het feit dat sinds het democratiseringsproces Afrikaans meer dan ooit het volle kleurenspectrum van de regenboognatie weerspiegelt. Zwarte en bruine schrijvers krijgen publicatiegelegenheden die ze vroeger niet hadden. Vooral uitgeverij Kwela speelt op dit gebied een sleutelrol." Die opeense verskyning van die een pragtige Afrikaanse prosawerk na die ander uit die gemarginaliseerde gemeenskappe [is] die literÍre wonder van die jare negentig." schrijft Wium van Zyl. De geschiedenis van racisme en hoe het op de kleurlingemeenschap inwerkte is het hoofdthema in de werken van A.H.M. Scholtz, die ongetwijfeld de belangrijkste kleurlingschrijver van de negentigerjaren is. Scholtz is een geboren verteller, een natuurtalent wiens eerste roman " Vatmaar" (1995) een aantal prestigieuze literaire prijzen in de wacht sleepte. Ook critici en academici lieten er zich erg lovend over uit. "Vatmaar" is het verhaal van de inwoners van het dorpje met dezelfde naam, waarvan het ontstaan teruggaat op de Anglo-Boerenoorlog. Vatmaar is een gemengd gebied op enkele kilometers van het blanke dorp Du Toitspan waarmee het een eerder gespannen verhouding heeft. "Vatmaar" biedt aan de verschillende inwoners, vooral de ouderen, de gelegenheid om hun verhalen te vertellen. Het resultaat is een lappendeken, helder gekleurd door de persoonlijkheden en de ervaringen van de vertellers. Heilna du Plooy verwijst naar"Vatmaar" als een polyfonische tekst: "Die opvallendste eienskap van die roman is die gebrek aan prioterisering van stemme (in die grootste gedeelte van die roman), die grootlikse gelykwaardigheid van sprekers en die interafhanklikheid van diegene wat praat en diegene wat luister." Hierdoor ontstaat een caleidoscopisch beeld van het leven met zijn goede en slechte momenten zoals bezien door de ogen van de leden van een gemarginaliseerde gemeenschap. Terwijl voor de inwoners van Vatmaar het leven niet over rozen loopt, vinden ze in het christelijk geloof een houvast dat hen toelaat de stormen van het leven het hoofd te bieden. Hun religie geeft hen kracht en hoop. Deze hoop wordt gewoonlijk niet beschaamd. De moeilijke momenten worden beschouwd als een karaktertest waarop een beloning, dikwijls in de vorm van het vinden van liefde en geluk volgt. De meeste verhalen hebben dan ook een positief einde. "Vatmaar" krijgt daardoor iets van het Assepoester sprookje. Misschien is het te mooi om waar te zijn. De gebeurtenissen spelen zich af in de eerste helft van de twintigste eeuw. Het was een tijd toen het nog mogelijk was voor de rassen om in gemengde buurten te wonen en over de kleurgrens heen te huwen. Toch kijken de meeste blanken neer op de inwoners van Vatmaar en een aantal van hen is erg racistisch. De meest pregnante scŤnes in het boek hebben te maken met discriminatie en uitsluiting. Nochtans wordt racisme niet enkel in zwart-wit termen benaderd. Vatmaar zelf heeft er ook mee te maken. Inderdaad, des te blanker de kleur van de huid, des te hoger de status in de gemeenschap. Vatmaar duidt aan dat er goede en slechte mensen zijn en dat individuen een goede en een slechte kant hebben maar dat allen aan elkaar gelijk zijn. Natuurlijk hebben de niet-racistische inwoners van Vatmaar een integriteit en een edelheid die de blanke inwoners van Du Toitspan niet bezitten. Waar "Vatmaar" een historische roman is - Zuid-Afrika van voor de apartheid wordt erin beschreven - heeft het ook een utopische dimensie: de roman toont een Zuid-Afrika zoals het zou kunnen zijn als de rassendiscriminatie niet bestond. Op deze manier is het verleden een spiegel waarin de toekomst gereflecteerd wordt. Hoewel "Vatmaar" ongetwijfeld een belangrijk werk is, is het toch niet zonder schoonheidsfoutjes. Zo is er bijvoorbeeld een gebrek aan gesofisticeerdheid dat niet zelden aan naÔeviteit grenst, en een haperende focalisatie die soms uitmondt in structurele en tematische inconsequenties. De schrijver lijkt herhaaldelijk zijn greep op het verhaal en de personages te verliezen wat leidt tot contradicties en onduidelijkheid. Nochtans vertelt "Vatmaar" een uiterst boeiend verhaal over mensen van vlees en bloed die de lezer niet onberoerd laten."Langsaan die vuur" (1996) is het tweede prozawerk van Scholtz. Het boek bundelt vijf biografieŽn. De eerste is van de slaaf Kasper Crudop en is gesitueerd in het begin van de 18e eeuw, de laatste biografie handelt over Kwela Modise en eindigt in 1982; de strijd tegen de apartheid is het onderwerp. De hoofdpersonages zijn zwarten of kleurlingen. Onvermijdelijk vertelt het levensverhaal van deze mensen ook de geschiedenis van rassendiscriminatie in Zuid-Afrika. Ook nu weer is het christelijk geloof een bron van vertroosting; racisme en uiterste armoede veroorzaken bittere miserie. Het leven is een strijd om te overleven. Het gelukkige einde van de meeste biografieŽn geeft aan de verhalen een sprookjesachtig karakter. Het vooruitzicht op een betere toekomst maakt het lijden draagbaar: " Die wittes wil vir Afrika besit en regeer. Maar die wiel sal draai, dan besit Afrika die witmense. Die witmens sal nie - soos hy sÍ - sy wit bloed hou nie. Sy taal, ja, Afrikaans. Dit is ook onse taal en ook naby onse harte."(Scholtz 1996: 135). "Langsaan die vuur" is tegelijkertijd een harde aanklacht en een uitdrukking van hoop. Het boek brengt geen lieflijke verhalen om bij een gezellig haardvuur te lezen. Het schetst een scherp beeld van mensen die door racisme en apartheid gevictimiseerd werden. Een scherp contrast wordt opgeroepen tussen de egocentrische houding van de blanken en de medemenselijkheid van de onderdrukten. Hoewel de periode die beschreven wordt afgelopen is, blijft het registreren van onrecht even noodzakelijk als ooit. "Langsaan die vuur" vertelt verhalen die moeten verteld worden. De orale vertelstijl, die niet helemaal zonder fouten is, past wonderwel bij de verhalen die daardoor in een belangrijke mate aan authenticiteit winnen. "Afdraai" (1998), het jongste werk van A.H.M. Scholtz, is een kroniek van een kleurlingfamilie die het grootste deel van de 20e eeuw bestrijkt. Het verhaal begint bij de Anglo-Boerenoorlog. In het concentratiekamp ondergaan Afrikaner en kleurling vrouwen hetzelfde lot. Zelfs in deze desperate omstandigheden gedragen sommige Afrikaner vrouwen zich racistisch. Na de oorlog neemt de marginalisatie van de kleurlingen steeds blatanter vormen aan totdat met de introductie van de apartheid rassenscheiding volledig geÔnstitutionaliseerd wordt. Scholtz vervlecht de draad van de kroniek van de kleurlingfamilie met die van de geschiedenis van de Afrikaner. Geluk en tegenspoed, liefde en ontrouw, wanhoop en vertrouwen wisselen voortdurend met elkaar af. Het doorzettingsvermogen en de edelheid van de kleurlingprotagonisten wordt zwaar op de proef gesteld door de toenemende kleurvooroordelen van de blanken. Ondanks al hun ellende verliezen ze nooit hun vertrouwen. Uiteindelijk wordt aangegeven dat verzoening slechts mogelijk is als de blanke van houding verandert. Een te gefragmenteerd verhaalverloop en een te melodramatisch einde doen echter afbreuk aan de impact die "Afdraai" zou kunnen hebben. Het literaire werk van A.H.M. Scholtz vertelt het verhaal van racisme en van de apartheid en geeft aan hoe de kleurlinggemeenschap erdoor getroffen werd. Het is een noodzakelijk complement tot een literatuur die voor te lange tijd al te blank is geweest. Scholtz is de eloquente spreekbuis van zijn gemeenschap. Zijn engagement staat, ondanks de schoonheidsfoutjes borg voor aangrijpende literaire werken. Kleurlingschrijvers hebben in de jaren negentig uitdrukkelijk een stempel op de Afrikaanse literatuur gedrukt. Dat de stijl en inhoud van deze werken grondig verschilt van het proza van de blanke schrijvers kan niet verwonderlijk zijn. De kleurlingschrijvers staan nog voor grote uitdagingen die Kirby van der Merwe als volgt verwoordt: "Ons, die skugter kinders van Apartheid staan by 'n grens. Ons bedryf 'n nuwe soort grensliteratuur: Ons het dapper mense nodig, wat 'n plek in die literatuurwÍreld afbaken, want ons het die stories om te vertel. Ons moet voorbrand maak. Ons moet met die Saracen en die Casspir oor die vlakte aangedonder kom om stereotipes, verromantiserings en wanvoorstellings onder die stof te loop. Ons het verpligtings, teenoor onsself, teenoor die geskiedenis omdat ons kollektief die geheue van honderde jare se lewe en lye in ons onderbewuste saamdra. Ons moet rolmodelle vir die nuwe geslag wees. Boodskappers, rigtingwysers, gewetenswakkermakers. Ons moet ons geÔnternaliseerde woede, ons sinisme en pessimisme omskep in 'n kreatiewe krag. En met oortuiging kan sÍ:: Ons is geen reggesteldes nie, of kwota dit of kwota dat nie. Of touleier en agterryer nie. Ons sit agter die stuur van ons eie ryding. Ons het nie die T-hemp gekoop nie. Ons het die letsels wat bewys dat ons daar deur was. Dat ons daardeur is." A.H.M. Scholtz heeft bewezen dat het opnemen van deze uitdagingen tot grootse literaire werken kan leiden.  

 

Vatmaar

Kwela Boeke 1995

495 BEF/28 NLG

 

Langsaan die vuur

Kwela Boeke 1996

495 BEF/28 NLG

Afdraai

Kwela Boeke 1998

575BEF/32 NLG

 

 

Vorige auteurs van de maand

Lettie Viljoen

Christoffel Coetzee

Chris Barnard