Annex A ŗ l'Evaluation du rapport de mr. Gross
Het risico van zelfmoord onder jongeren met onconventionele seksuele oriŽntatie


1. Het verslag Mr.Gross

Het verslag Mr.Gross pagina 2 Afdeling A.7 stelt

"7. Homofobie en transfobie kunnen bijzonder ernstige gevolgen hebben voor holebi-jongeren. Ze worden geconfronteerd met wijdverbreide intimidatie, de soms vijandige of weinig helpvollle houding van leerkrachten en leerprogramma's die holebi-kwesties negeren of homofobe en transfobe attitudes verspreiden. Een combinatie van discriminerende houdingen in de samenleving en afwijzing door de familie kan zeer schadelijk zijn voor de geestelijke gezondheid van holebi-jongeren, zoals blijkt uit de zelfmoordcijfers die veel hoger zijn dan dan in de algemene jeugdbevolking . "

Op bladzijde 9 vinden we dezelfde tekst

"12.Homofobie .... algemene jeugdbevolking."
met een enkele verwijzing

deze:

"Zie het Verslag van de Algemene Vergadering over kind en tiener zelfmoord in Europa: een ernstig probleem voor de volksgezondheid, Doc. 11547, paragraaf 22." EDOC11547



2. EDOC 11.547

Het rapport zegt:
22. Bijzondere aandacht moet worden besteed aan jongeren met onconventionele seksuele oriŽntatie. In dergelijke gevallen is er een verhoogd risico op psychische crisis in verband met de ontdekking van hun homoseksualiteit, afwijzing door familie of vrienden, intimidatie of homofobische agressie.
Stigma, homofobie in het bijzonder, veel meer dan homoseksualiteit en de aanvaarding ervan, is blijkbaar de belangrijkste factor voor zelfmoord onder adolescenten, met name onder jonge mannen. 8 Diverse studies hebben uitgewezen dat jongeren in deze categorie meer kwetsbaar zijn voor suÔcidale depressie. Deze jonge mensen kunnen zich gevangen voelen tussen hun nieuwe seksuele identiteit en hun oude identiteit, die bekend is aan familie en vrienden ..

De auteurs van deze studies beschouwen de diepe aanvaarding van hun homoseksualiteit als de enige manier om hen te beschermen tegen zelfmoord. "

Dit is de enige paragraaf met betrekking tot de risico's voor jonge mensen met onconventionele seksuele orientatie in het ganse document.

Ook hier wordt slechts een referentie opgegeven:

"8
†Zie: Het risico van zelfmoord bij jonge mensen met onconventionele seksuele oriŽntatie (homo's, lesbiennes, biseksuelen en transgenders)(The risk of suicide in young people with unconventional sexual orientations (gays, lesbians, bisexuals and transgender), UNOG OHCHR 59e zitting van De Commissie voor de Mensenrechten.
(GenŤve, april 2003). "

Dit document is meer specifiek hier te vinden:

"Le risque de suicide chez les jeunes a orientation sexuelle non conventionnelle [electronic resource] : gays, lesbians bisexuals, transgendre / Jean-Marie Firdion, Eric Verdier.
[Frankrijk: INSERM, , Institut national de la santť et de recherche mťdicale,(Nationaal Instituut voor Gezondheid en Medisch Onderzoek), 2003]

U vindt hier


3. Het UNO-document

3.1. Auteurs.

Er wordt melding gemaakt van studies door de auteurs zelf uitgevoerd. Het is niet duidelijk hoe zij bekwaam zij zijn in het analyseren van de geldigheid van de studies. In ieder geval geven ze geen melding van hun evaluatie methodes, noch van de studies die zij persoonlijk hebben persoonlijk afgewezen en op welke basis dit gebeurde ††
De auteurs maken geen melding van hun academische status in de studie.
We vonden op het internet:
Jean-Marie Fridion stelt zich voor als schrijver als schrijve (publicaties) en als een onderzoekssocioloog op Centre Maurice Halbwachs (CNRS).

We vonden ook
"Eric Verdier is een psycholoog met opdrachten voor de Liga van de Mensenrechten."

Dit studie is een globaalonderzoek van bestaande refertes. Zulke stidies weerspiegelen gemakkelijker vooropgezette ideeŽn van de auteur.

3.2. Fundamentele problemen in de aanpak

3.2.1 Hogere percentages van pogingen tot zelfdodong zijn altijd het gevolg van homofobie

Het eerste probleem met dit globaalonderzoek vinden we reeds in de tweede paragraaf

"Sinds het werk van Emile Durkheim (1897), weten we dat zelfmoord niet alleen kan worden gezien als het resultaat van een geestelijke stoornis (depressie, dementie), maar het is ook veelzeggend over een zich sociaal slechtvoelen/ Zo zijn familie en omgevingsfactoren onderzocht in recent werk over zelfmoord, inclusief het effect van sociale afwijzing van homoseksualiteit en / of homoseksuelen. "

Dit is een zeer ongepaste manier om risico-onderzoek naar zelfdodingen op te starten, aangezien de hogere percentages van zelfdodongen automatisch worden geÔnterpreteerd als een gevolg van "sociale afwijzing van homoseksualiteit en / of homoseksuelen."

Dit omvat eventueel
- Mindere intrinsiek emotionele stabiliteit (misschien is dit het geval bij biseksualiteit waarbij de jongere zich niet kan zien als behorend tot een groep) - Grotere kans op een blauwtje bij het verliefd worden of seks willen(10 keer meer afwijzingen dan een hetero, dit cijfer is zelfs nog lager bij fysieke transseksuelen )
Precies een van de belangrijkste redenen waarom jongeren een zelfmoordpoging ondernemen.
- Meer frekwenter afbreken van een relatie.
- Ontevredenheid door de jongere over de aangenomen vorm van homosexueel gedrag (bijv. passieve anale seks) of aangenomen promiscuÔteit.
- Beschikken over minder uren slaap per nacht (recente studies hebben aangetoond dat het risico van zelfmoordpogingen werden verhoogd met 25%)

Dit probleem raakt niet alleen de algemene studie, maar ook studies waarnaar wordt verwezen.

3.2.2 Zelf-rapportage

Dergelijke studies zijn hoofdzakelijk gebaseerd op zelf-rapportage van zelfmoordpogingen, veel minder op werkelijke zelfmoorden, waar de oorzaak van zelfmoord slechts zelden kan worden gegeven. In het eerste geval zien we dat alle homoseksuele websites de hogere zelfmoordcijfers benadrukken, eveneens verwijzen ze steevast naar de meest onaanvaardbare vormen van homofobie. Dit type inhoud kan invloed hebben bij ondervraagde jongeren die zich een poging tot zelfmoord gaan herinneren als het gevolg van "homofobie" of om een zelfmoordpoging uit te vinden. of momenten van depressie te overdrijven. De psychologie van gesuggereerde herinneringen is goed begrepen.

3.2.3 Twijfels over de bemonstering

Het beschreven doel leidt tot het nemen van ongepaste stalen (het vergelijken van een feitelijke steekproef van jonge heteroseksuelen met een aantal homoseksuelen dat is aangezocht.)
Het document zelf brengt ons aan het twijfelen of dit niet het geval was; als volgt:

De algemene studie verwijst hoofdzakelijk naar Amerikaanse studies (US)
zei
"De eerste uitdaging was om de feiten vast te stellen. De Noord-Amerikaanse onderzoekers hebben gewerkt in de tweede helft van de jaren '90, om de methodologische moeilijkheden te overwinnen, wat leidde tot belangrijk werk op waarschijnlijkheidsmonsters die representatief zijn (om de structuureffecten en verwarringen onder controle structuren te krijgen), die het verband bestudeerden tussen pogingen tot zelfdodong en seksuele oriŽntatie / identiteit / gedrag (de) (s). We steunen vooral op deze resultaten (zie kader 1), omdat we nog geen resultaten hebben van epidemiologisch onderzoek over dit onderwerp in Frankrijk (uiteraard moeten we voorzichtig zijn niet te extrapoleren van Amerikaanse resultaten naar Europa). "
daarbij de nadruk op hun methodologische waarde die niet kan worden bevestigd zonder examen. Accepteer voor het moment

"Deze Amerikaanse studies aangetoond dat bij mensen 15 tot 34 jaar, homojongeren zijn 4 tot 7 maal groter risico op poging tot zelfmoord dan heteroseksuele jongeren en dat jonge lesbiennes hebben een verhoogd risico van 40 %.
(Deze variatie in de schattingen is hoofdzakelijk te wijten aan verschillen in methodologie, de reikwijdte en definitie). "

Vergelijk dit met de Europese studies, waar de lacunes duidelijk zijn (box 2)

"Vak 2. Studies van een poging tot zelfmoord (PZ) in Europa:
†De Britse studie van het team van Keith Hawton (2002) constateert dat jongens 4 keer meer kans en meisjes 2,5 keer wanneer deze jongeren bekommernissenhebben met zijn met hun seksuele oriŽntatie - sexual orientation worries-- de studie gaat over 15-16 jarign; "

Geen Reacties: De staalname wordt niet gepresenteerd

"In Frankrijk beschikken we niet over onderzoek op een representatieve steekproef, maar over enquÍtes uitgevoerd via de pers alleen, of geassocieerd met een steekproef van vrijwilligers. Ze geven schattingen vergelijkbaar met die van de VS voor de prevalentie van PZ in het leven :
17% voor de homo / biseksuele mannen (Leeftijd? Vergeleken met?)
27% bij de minder dan 20 jarigen tegen 4% in de algemene bevolking (7x meer) en
25% bij homo / bi-seksuele vrouwen van 15 tot 25 jaar tegen 8% in de algemene bevolking (4x meer) (Adam 2001, Lhomond et al.. 2003); "

Deze "vrijwillige" bemonstering , hetzij via de pers, het internet of een meest directe manier zijn bekend als zeer onbetrouwbaar.
Vergeleken met de "Amerikaanse beste opgezette studies", vinden we een opmerkelijke gelijkenis met de jonge homos: 4x tot 7x meer, waarschijnlijk deze waarde komt overeen met de jongste als in het Franse onderzoek waar we ook 7x over TS .
Dit geeft aanleiding tot twijfels over de bemonstering van de Amerikaanse genoemde studies
"Swiss Romande, het team van Peter Cochand (2000) schat dat onder jonge mannen van 16-25 jaar de prevalentie van ZS 24% bedraagt."


Geen vergelijking. Geen commentaar.

Een andere bekende Belgische studie werd uitgevoerd door John Vincke, met vergelijkbare resultaten. Hier ook is de bemonstering onbetrouwbaarn met een statistische steekproef voor hetero's, de niet-hetero's zijn gecontacteerd in de holebi jeugdorbanisati "Wel jong niet hetero".

3.2.4. Hoe belangrijk blijft homofobie na correctie als oorzaak van PZ?

De algmene studie zegt:

"Diverse onderzoeksgroepen hebben aangetoond (met verschillende methoden) dat het effect van seksuele orintatie op de neiging om een PZ gemaakt tijdens hun leven, (nog steeds significant) blijft, rekening houdend met factoren alcohol en drugs, psychische stoornissen zoals depressie. Een andere hypothese werd getest: het effect is niet het gevolg van homoseksualiteit op zich, maar van de homofobie die nog steeds aanwezig is in onze (VS) samenleving, vooral in plaatsen van socialisatie van de jeugd.
Dit is de enige die zijn bevestigd door de Amerikaanse studies. "

De totale studie vermeldt niet hoe signigificatief de bevestiging was, noch hoe homofobie is gedefinieerd (of onherleidbare homo-negativiteit is afgetrokken, of het gaat om subjecteve homo-negativiteit zoals aangevoeld door de betrokkenen en beÔnvloed door homosite.)

3.2.5 Afwijzen van gender niet conformiteit is niet hetzelfde als homofobie

Het kan zijn dat kinderen en jonge mensen gemakkelijk als zondebok kiezen degenen waarvan het voorkomen de gedraging niet striken met hun geslacht, maar dit is geen bewijs van homofobie. Het kan gebeuren zelfs als er niets bekend over de seksualiteit van de zondebokken. Wat verschillens is vandaag, het geberude niet in mijn jeugdjaren, is dat ze beledigingen te slikken krijgen die specifiek naar lesbiennes of homo's verwijzen

(Eric Verdier
"Een man zijn : niet zo eenvoudig, (Etre un homme: pas si simple)" Le Monde, Le May 15, 2007
Jonge mannen, zelfs als ze niet homo zijn, worden vaak beledigd of bespot met woorden als "tapet" of "pťdť", waar alles dat gezien wordt als vrouwelijk ook gezien wordte als attributen van "ondermensen" zegt de psycholoog.)

Onnodig te zeggen, dat zoiets nog schadelijker is voor het gevoel van eigenwaarde.
Thesis:
- Een laag zelfbeeld leidt slachtoffers naar homoseksualiteit.
- Homofobie is waarschijnlijk is toegenomen, zeker het gebruik door jongeren van homofobe uitingen. Beide worden beÔnvloed door de veel hogere zichtbaarheid van homoseksualiteit, de abnormale blootstelling eraan via de televisie vergeleken bij de pre-periode, het tonen van veel intiemer gedrag, de meer gedetailleerde kennis van seksuele gedragingen (van subgroepen.)

De algemene studie beschrijft toch heel duidelijk dit spottend of beledigend gedrag, als toe te schrijven aan homofobie met name in deze paragraaf:
"Dit leidt ons tot een ander aspect dat we elders in ons boek bestuderen, de link tussen homofobie en afwijzing van het vrouwelijke.
In onze studie, lijkt het dat bij jongens homofobie een belangrijke rol speelt in de constructie van hun mannelijkheid in de eerste jaren, dat deze helpt bij de bouw van een mannelijkheid die door de groep van de senioren wordt bepaald, maar ook voortdurend een seksuele en sociale status in gevaar brengt die de sociale integratie in de groep mogelijk maakt, waarmee de jongens breekv=barder worden die het minst bekwaam zijn aan did conformisme te voldoen, en dit ongeacht hun seksuele oriŽntatie. "
"Voor meisjes, ontbreekt een " vrouwenhuis -club?" met haar voorschriften maar ook met haar bescherming. Dit laat hen niet toe om gemakkelijk relaties tussen vrouwen anders te bedenken dan als huiselijk relatie, een familierelatie, vervreemd.

Deze afwijzing van vrouwen of hun marginalisering leidt ons tot het verbinden van homofobie aan fťminophobie, afwijzing van het vrouwelijke in de ander en jezelf. Hoe verzinnen we een nieuw model van samen-zijn en zichzelf-zelf, waarin de effecten van de dominantie het mannelijk-vrouwelijk dat ieder in zichzelf heeft niet vanelkaar vervreemden.
Dit moet naar mijn mening worden geherformuleerd als :
"voor jongens is de afwijzing van gnder niet-conformiteit een belangrijke rol in de constructie van mannelijkheid in de eerste jaren,"
De grotere mentale breekbaarheid van jongens ver uit de buurt van het mannelijke ideaal, of ze nu reeds een homoseksuele interesse of homoseksueel gedrag onwikkelden of niet, lijkt een zeer juiste conclusie.
De tweede paragraaf over de meisjes en de afwijzing van vrouwelijkheid verduidelijkt het debat niet, en verklaart niets over lesbiennes.
De derde paragraaf kan worden gelezen als een pleidooi voor een grotere acceptatie van atypische heteroseksuele relaties, dat ik volledig volg.
Dit loopt parallel met het pleiten voor rolmodellen voor homoseksuelen die psychiaters die acceptatie van homoseksualiteit willen vergemakkleijken nodig hebben.

Inderdaad, in hetzelfde artikel, schrijft de heer Verdier verder:
"Hun bevindingen zijn alarmerend: alle indicatoren van slecht-voelen en het maken van zelfmoordpogingen vallen samen bij jonge slachtoffers van homofobie , inclusief degenen die zich identificeren als heteroseksueel"

Echter, in een wereld met minder alomtegenwoordige seksualiteit die jongeren tot vroegtijdig experimenteren, in een wereld met minder zichtbare homoseksualitet(mijn jeugd?), en waar niet steeds herhaald wordt dat je "zo" geboren wordt, zou het citaat waarschijnlijk als volgt worden gelezen

"Hun conclusie is redelijk alarmerend, alle indicatoren van zich slecht-voelen en het maken van zelfmoordpogingenvallen samen bij niet conforme jonge mannen en vrouwen, inclusief degenen die zich identificeren als heteroseksueel"

Beiden hebben in wezen moeite met het vinden van een partner, een geliefde die afwijst, een relatie die gemakkelijker worden doorbroken. 3.2.6 Het vergelijken van appels en peren Dit brengt ons bij een laatste fout in de totale studie: ze vergelijkt appels en peren.
Men kan gemakkelijk accepteren dat er verhoudingsgewijs meer gender niet conforme homoseksuelen zijn dan dito heteroseksuelen
Sommige gender conforme homoseksuelen kunnen kenmerken hebben gehad waardoor ze onaantrekkelijk waren voor het andere geslacht, maar dit hoeft niet noodzakelijkerwijs te leiden tot een zondebok reflex , het tegenovergestelde kan gebeuren: ze waren te populair zowel bij meisjes als bij jongens. Gender conforme homoseksuelen kunnen ook zondebok karakteristieken gehad hebben. Hoewel die niet te kommekn waren aan homofobie, kunnen zij ze toch op deze manier herinneren.

Elke vergelijking die het recht heeft om homofobie te benoemen als een groot probleem moet daarom gender niet conforme homoseksuele en heteroseksuele mannen (vrouwen) met elkaar vergelijken.

4. Conclusies

4.1 In het licht van deze overwegingen zijn de conclusies in paragraaf 22 van EDOC11547 niet aanvaardbaar, zij beschermen de jongeren niet op dezelfde manier, door enkel aandacht te schenken aan niet gender conforme homoseksuelen, .

4.2 Aangezien zij de basis vormen voor de aanbevelingen van de heer Gross vormen, zijn deze laatste niet aanvaardbaar.

4.3 In het bijzonder kan het niet zijn dat hulpcentra voor deze jongeren centra worden voor opname in het homoseksuele of lesbische leven , gebaseerd op de misvatting dat alle gender niet conforme jongeren homoseksuelen zijn die hun oriŽntatie nog niet herkennen of erkennen.

(Dit is het geval in BelgiŽ, waar "Wel Jong niet hetero wordt gesubsiderd wordt als een jeugdvereniging en als een organisatie ter bestrijding van zelfmoord.
Op hun eerste openbaar televisieoptreden werd de jeugd opgeroepen om hun kampen te vervoegen "om te zien of ze soms niet homo of lesbisch waren";
Ze accepteren leden van 11 jaar en dit zonder ondergrens

Gezien de psychologische uitleg van dr. BEM dat " exotisch erotisch is" (Exotic makes Erotic ), een uitleg die aanleunt bij het Stockholm Syndrome, omdat intimidatie van gender niet-conforme jongeren er een hoofdelment in is, en de thesis hier gepresenteerd dat intimidatie, en belachelijk maken de jongeren doet zoeken naar solidariteit en bescherming of gewoon seks, is het duidelijk dat de georganiseerde bijstand en bescherming om ze te doen wegblijven van homoseksualiteit door naties moet voorzien worden en verdedigd in de resoluties. Een weg waarbij het pesten eerst atypische jongens nader brengt tot elkaar en hen aanzet tot experimenteren, en daarna het pad van Dr BEM, doet volgen zodat (sommige) verliefd worden op een zeer typische mannelijke vriend (en wprden afgewezen in de meest gevallen, waardoor het plegen van zelfmoord vaker voorkomt) is een zeer geloofwaardige mogelijkheid.

4.4 We kunnen zeker niet kan instemmen met de conclusie EDOC11547
"De auteurs van deze studies (Firdion / Verdier) van mening dat de diepe aanvaarding van zijn homoseksualiteit de enige manier is om te beschermen tegen zelfmoord."
Gezien de overtuiging, nergens weerlegd, en breed aangetoond en toegelicht in het evaluatieverslag - Dat het essentiel gaat om een leerproces dat tweekanten kan uitgaan, - Dat, met tijdige correctie, het mogelijk is om blijven de gezondheids- en morele problemen van de homoseksuele weg te voorkomen een preferentiŽle optie die zulks toelaat noch gevaarlijk is , noch immoreel, integendeel.

4.5 De ouders moeten volledig worden geÔnformeerd over de voorgelegde analyse

Met name moeten studies met de bescherming van de jeugd in het achterhoofd, zich richten op alle alternatieve routes naar homoseksualiteit geÔllustreerd in Complement aanhet evaluatieverslag. Geen van hen leidt tot een gezondheids-bonus op zich. Geen van hen kan worden gezien als een onvermijdelijk aangeboren proces.

4.6 De samenleving moet stoppen met het bekijken van de fysieke verscheidenheid van man en vrouw als zou dit een seksuele oriŽntatie verhullen, die niet in overeenstemming is met de evolutie naar geslachtelijke voortplanting. Atypische man / vrouw koppels met eengeukkig huwelijksleven zouden vaker in de kijker mogen.
Deze fysieke diversiteit is te wijten aan vrouwen die onlangs (in evolutionaire termen) ontdekten dat er andere factoren zijn dan mannelijke kracht, lengte en viriele verschijning, die moeten worden overwogen bij het kiezen van een seksuele partner . Het gebrek aan overeenstemming van uiterlijk met het ideaal verandert met de leeftijd, met succes.
Aantrekkelijkheid voor hetzelfde geslacht daalt.
De maatschappij moet de nodige tijd geven aan de jeugd om seksueel volwassen te worden.

Een recent Belgisch onderzoek vondt dat jongeren die zich identificeren zich als niet-hetero's op school minder problemen hadden dan heteroseksuelen . (Deze resultaten werden niet gepresenteerd als zodanig en werden verborgen in waarschuwingen over homofobie). Als de samenleving die jongeren aanzet tot vroegtijdige seks, hen had gerust gelaten, zouden ze afgestudeerd zijn en aantrekkelijk voor vrouwen.

4.7 De informatie voor ouders, leraren en jongeren, evenals van homoseksuele organisaties moet het verschil benadrukken tussen pesten op gender non conformiteit en homofoob pesten.

4,8 Niet conforme jongens en meisjes die moeilijk een uitweg vinden van uit het algemeen vooroordeel, dat ze niet geschikt zijn als echtgenoten of echtgenotes, dat ze waarschijnlijk homo of lesbisch zijn "in hun binnenste" zijn de echte slachtoffers van de veroordeling "main stream" overtuiging. Ze kunnen weer gaan twijfelen over hun seksualiteit of hun partner kan dat, en des te meer als ze ooiteen homoseksuele ervaring hebben gehad.
Jongens en meisjes die niet geen partner konden vinden als gevolg van dit vooroordeel, en die niet aanvaarden dat ze homo's of lesbiennes zouden moetn worden, staan als slachtoffers op de eerste rij.
Er zijn geen studies over het aandeel van de bevolking die zij vertegenwoordigen: waarschijnlijk niet minder dan het overeenkomstige deel van de niet-hetero's.

4.9 Het huwelijk van deze mannen en vrouwen wordt meer bedreigd, uiteraard, dan dat van hen die dichter staan bij het gemiddelde, door de "main stream" overtuigingen, en door hun symbolen die ze ondersteunen: homo-huwelijk en adoptie open voor gelijkslachtige paren.
De man die dichter staat bij de gemiddelde of de viriele man, die een partner heeft of getrouwd is kan heel goed met zijn pesterijen klasgenoten doen afzakken naar een meer kwetsbare emotionele tiestand die ze moesten overwinnen. Zelfs vandaag de dag, als verdedigers van het "main-stream" voorooordeel, geloven ze dat ze behoren tot het breeddenkende deel van de bevolking, terwijl ze volledig de helft van hun slachtoffers negeren.
Huwelijk en kinderen zijn misschien meer waard voor deze laatsten dan voor mannen met meer succes. Daarom wordt een besluit dat hun strijd en inzet niet volledig meer symbolisch kan worden hooggeschat , aangegevoeld als diep oneerlijk: als je niet vecht, eis dan de palm niet. Eis de pam niet op grond van "wetenschap" die oneerlijk en onjuist is.
Proposer une meilleure traduction